Als je zelf in de spiegel kijkt dan zie je alleen het uiter­lijke. Alleen het tastbare. Alleen het fysieke wat aan te raken is. Wat aan te raken is door een omhelzing van je medemens. Door een schouderklopje van je medemens. Maar het fysieke is er ook om te kunnen constateren hoe die persoon is. Zoals ik mezelf kan bespiegelen hoe ik zelf ben. Hoe ik mezelf kan observeren hoe ik in het leven sta. Het is daarom de kunst om eerlijk tegenover jezelf te staan als ik in de spiegel kijk. Als ik mediteer, kijk ik in de spiegel van mezelf. Dat is juist de spiegel waardoor ik mijn innerlijke kan weer­spiegelen. Het weerspiegelen hoe ik behoor te leven. Het leven wat mij geschonken is. Geschonken door het hogere. Geschonken door het Goddelijke. Het Goddelijke wat in mezelf zit. Dat is hetgeen wat mijn innerlijke bekrachtigt.

– door Hans Melief-